Terug naar huis Exercise “progress”

ALLES is op aan boord!

Negat bier, negat coca cola, eieren etc .... Werkelijk de hoogste tijd dat we binnenlopen.                                                                               

Iedereen ruikt als het ware de wal en het aantal privé-telegrammen dat naar Scheveningen gaat (zoals „Ben gauw thuis mijn poesje - Flip" en vele andere van dergelijke strekking) is groot.

Het menu is de laatste dagen eentonig, „nu al driemaal achter elkaar gebakken eelt met blauwe ogen", hoorde ik vooruit iemand zeggen. 

Ik heb onmiddellijk gevraagd wat dat betekende want ik ben namelijk tuk op scheepstermen; welnu eelt blijkt te zijn vlees, dat gedurende onbepaalde tijd gebeukt, gekookt, gebakken en gebraden is, tot het volledig onherkenbaar is geworden als zodanig, waarna het wordt opgediend als „runderlap". Het heeft alsdan de hinderlijke eigenschap om zich overal waarmogelijk tussen tanden en kiezen knijp te zetten.

De „blauwe ogen" zijn van de aardappelen -tussen twee haakjes, en om even haarscherp te zijn - niet van de nieuwe, maar van de oude.

Gelukkig maar dat daar tussen in zo af en toe de nassi verschijnt of de verse sla.

Een der laatste dagen voor binnenkomst was erg aardig, want de smaldeelcommandant vatte het plan op om een dagje op de Dubois mee te varen.

De Dubois, waarde lezers, is een belangrijk schip, want daar huist namelijk de Commandant Divisie-Fregatten nummer een", afgekort CDFREG 1

(kan ik nooit uitspreken zonder te spatten).

Aangezien ik al eens een keer als blinde passagier mee ben geweest met de smaldeelcommandant (afgekort CSML), leek het me niet meer dan logisch om hem nu eens als lid van zijn staf te vergezellen. Het was gelukkig een vrij gunstige gelegenheid, zodat ik niet veel' moeite had om de sprong te maken vanaf het bordes van de trap in bakboordsmotorsloep.

Weldra staken wij, af om de tocht te maken naar de ,Dubois, waar inmiddels iedereen keurig stond aangetreden. Ons sloepje danste op de

golven, zo af en toe zonken we weg in 'n dal, waardoor we alleen maar water zagen om even later weer de Tromp en de fregatten te zien opduiken bij het passeren van een golftop.

Het overstappen van de dansende sloep op het bordesje van de neergelaten statietrap vereiste watmeer behendigheid; ik had wel in de gaten dat je niet tussen die trap en de sloep moest komen wantdan bleef er niet veel meer van je over dan een vetvlek.

Ik keek dus eerst haarscherp uit hoe de Schout bij Nacht en de chef staf het deden, vervolgens trok ik mijn onverschilligste tronie (zo'n beetje half verveeld weet je wel) en wachtte tot de sloep op een golftop lag, waarna ik een achteloos sprongetje nam en op de trap belandde.

Vervolgens tuinde ik nog steeds met mijn onverschilligste gezicht naar boven, keerde mij even stram in de houding naar de vlag (staart en oren „harpstijf" omhoog) en wilde achteloos tussen het haagje valreepsgasten doorlopen, ware het niet dat de schipper hen deed inrukken.

Dit kon ik de goede man natuurlijk niet kwalijk nemen, per saldo ben ik nog maar „puppes drie".

We begaven ons direct naar de brug.

De CDFREG bleek een vrij groot en stevige man te zijn met brede kaken (als je scherp kijkt zit er ook wat onderkin bij); hij ging ons voor naar de brug.

Het sloepje vande Tromp was nog niet gehesen, of de vlaggeseinen gingen daar al omhoog. Allerlei onbegrijpelijke uitdrukkingen flitsten langs mijn hoofd, doch uit het geheel begreep ik wel dat we gingen manoeuvreren.

Ik was opgetogen over het leuke gezicht van de drie schepen, elk hun ra's versierd met telkens wisselende bonte rijen vlaggen en op,de bruggen kleine hoopjes witte stippen zichtbaar, veroorzaakt door de even zovele witte petten van de „brain trusts".

Telkens als er weer een sein omhoog ging op de Tromp, bladerde men in dikke boeken, om op te zoeken wat de bedoeling was en vervolgens gaf CDFREG zijn „brain trust" in korte bewoordingen order wat er moest gebeuren.

Onder de bedrijven door werden dan nog waar nodig terechtwijzigingen gegeven (bij de Marine genaamd „uitlazers").

„Ik heb geen slingerkoersen gevraagd" beet CDFREG door de spreekbuis naar de roerganger. „Snapped Hornblower" prevelde snel de officier van de wacht achter de woorden van CDFREG. Ik vond Hornblower wel een toepasselijke bijnaam voor CDFREG.

Na een tijdje begon ik me wat te vervelen op de bok, dus besloot ik eens een praatje te maken met de eerste Officier. Deze trof ik aan in zijn hut, zijn baard gaf hem een bijzonder waardig aanzien, doch zijn glinsterende blauwe ogen spraken gans andere taal. In ieder geval maakte het geheel de indruk op me, van niet geheel ongevaarlijk te zijn voor het zwakke geslacht. De eerste Officier wilde juist gaan optappen, toen er een boodschap kwam, dat de CSML weer van boord zou gaan, dus begaf ik me ijlings naar boven en sprong in de gereedliggende sloep ... ..

De volgende dag hadden we de fregatjes vaarwel gezegd, die zouden in Nieuwediep blijven, wij gingen Linéa recta naar Hoek van Holland. Als gewoonlijk begroette de Hollandse kust ons met een gure en loeiende wind en regelmatig kwamen ijskoude stuifzeetjes over dek.

Ik begon me een beetje draaierig te voelen en was erg blij toen we de loods hadden opgepikt en tussen de pieren naar binnen gleden; eindelijk rust, tot we over enkele dagen weer dit gat zouden verlaten om ons te begeven naar „Exercise Progress", waar ik al veel over had horen gonzen aan boord ......

Vrijdag 1 Juni 8 uur.

In een lange linie voer smaldeel vijf in de richting van de baai Douarnenez. Ons smaldeel was uitgebreid en bestond uit Tromp, Dubois, van Ewijck, Kortenaer Marnix, Tijgerhaai, Zeehond en Zwaardvis. De laatste drie waren evenwel niet bij ons, want de onderzeeboten moesten in Brest

verzamelen.

Het was prachtig weer, in scherpe tegenstelling met de avond tevoren, toen we de Evertsen ontmoetten, die terugkwam uit Korea. Om half tien waren de Franse en Noorse schepen die reeds in de baai ten anker lagen in zicht; even voor tien uur werd onze formatie verbroken en een ieder stoomde naar de voor hem bestemde ankerplaats.

Om een uur kwamen de Engelsen aan, eerst een stelletje jagers, fregatten en een kruiser en vervolgens, als een grote hen die haar kuikens voor laat gaan, de Indomitable" het vIaggeschip van Commander in Chief Home Fleet

Toen werd het volle pannen. De officiële bezoeken namen een aanvang, overal snorden motorsloepen tussen de rijen schepen en de kanariepiet van de schipper kon zich domweg niet meer stilhouden (zo noem ik z'n bootsmansfluitje).

Ik had me verdekt opgesteld, om al dit gedoe eens goed op te nemen. Het valt niet mee om aan boord te komen als je een hoge piet bent (een VIP noemen de Engelsen dat).

Het geduvel begint al, als in de verte een sloep kennelijk op de Tromp komt afhollen, dan loeren diverse lieden door kijkers om te zien wat of erin zit, dat is namelijk te zien aan de vlag die wordt gevoerd.

Het is blijkbaar een hoge, want de schipper sart z'n kanariepiet heftig op en vier kerels komen van uit een of andere hoek aanhollen om zich bij de statietrap op te stellen; dat zijn de valreepsgasten.

De Smaldeelcommandant, de commandant, de Eerste Officier en de Officier van de Wacht

stellen zich ook op; de schipper blijft bij z'n vier „gasten". ……stram in de houding….

Nu is alles klaar en dus gooit op dat moment iemand uit een poortje papier. snippers naar buiten, die natuurlijk door de wind binnenoord komen en tergend langzaam op dek dwarrelen.

„Wie is die zak"! sist de eerste officier tussen z'n tanden tegen de officier van de wacht, die wat bleek is geworden. Haastig wordt een en ander weg gegraaid en de tamboer maakt op order van de eerste officier een ontzettende hoop lawaai; ik zit verdwaasd te kijken hoe iedereen in de houding klimt en officieren vervolgens de groet brengen.


borst vol batons en zware borstelige wenkbrauwen

Beneden aan de trap, onzichtbaar voor mij, is ondertussen het gegorgel van een motorsloep hoorbaar, de kanariepiet van de schipper krijgt de jitters en daar verschijnt een tanige lange figuur, met zware borstelige wenkbrauwen en de borst vol met zware batons, gevolgd door een aantal officieren behangen met keesjes (zo noem ik nestels).

Dit nu is Admiraal Vian met één oog, C in C Home Fleet, hij groet de vlag, snel schiet zijn blik over het schip, vervolgens wandelt hij tussen de valreepsgasten door en wordt begroet door CSML; na enig handschudden verdwijnt het gezelschap in de kajuit.

Vijf minuten later komt opgewonden de hofmeester van de CSML aansnellen om te zeggen. dat C in C weer van boord moet. En zo gaat het deze eerste dag door; bezoeken, tegenbezoeken, conferenties, officieren aan boord, officieren van boord; minstens vijf nationaliteiten zie ik die dag Fransen, Engelsen, Noren, Denen en Hollanders natuurlijk.

Tussen al deze bedrijven door is de verbindingsdienst alweer druk aan het oefenen, vlaggen gaan op en neer en overal flitsen de seinlampen tot 's avonds laat toe.

De tweede dag herhaalt zich het spelletje en de derde dag stomen we dan eindelijk met onze twee zusjes, de Georges Leygues" en de „Swiftsure". De Georgues Leygues" is een mooie slanke Franse kruiser, die door iedereen „gorgeous legs" wordt genoemd; zeer toepasselijk vind ik. De „Swiftsure" is een minder mooie doch zeer efficient uitziende Britse kruiser, die bij ons aan boord vreselijk vulgair „zweetzuur" wordt genoemd. Wij varen in het midden, „gorgeous legs" voorop; alras wordt er een behoorlijk gangetje ingezet.

De officier van artillerie is een en al activiteit, deze eerste middag is voor hem erg belangrijk omdat er een gemeenschappelijke gevechtschietoefening zal worden gehouden. Ik vind dat vreselijk opwindend, want een gevechtschietoefening met de volle batterij heb ik nog niet meegemaakt. Juist nadat we enige manoeuvres hebben uitgevoerd, verschijnt een motortorpedoboot ten tonele; met grote witte snorren komt hij aangehold en blijft naast Swiftsure varen.

Enige tijd later vraagt Swiftsure permissie om de formatie tijdelijk te verlaten voor het aan boord nemen van een patiënt. Een half uur later komt Swiftsure ons alweer achterop, ditmaal zij met grote snorren. Haar lamp gaat knipperen en vertelt ons, dat een patiënt met blindedarmontsteking aan boord is genomen, die nu wordt geopereerd.

„Toch wel meesterlijk", dacht ik bij mijzelf, „stel je eens voor hoe zoiets honderd jaar geleden had moeten gebeuren!"

Swiftsure is nu weer op post achter ons en op bevel van „Gorgeous" worden de sokken erin gezet en met 24 mijl stuiven we door het water, de vijand tegemoet. De vijand bestaat uit een lange gevechtsschijf gesleept door een sleepboot met harkploeg. „Zouden daar nu uitsluitend harken zitten", dacht ik eerst, maar, later werd me duidelijk gemaakt dat de harkploeg. bestaat uit een stel lieden die de aanslagen registreren, zodat naderhand de resultaten precies vast liggen.

Op de brug is het hoge druk geworden, de braintrust is compleet aanwezig. Moet U zich even goed zo'n tafereel voorstellen lezers; laat ik beginnen met het lawaai. In een hoek staat luidkeels gorgelend de luidspreker van de TBS; daar komen orders over van het vlaggeschip. Daarnaast is de luidspreker van de commandocentrale, daar worden met keiharde stem dingen gebruld die bij iedereen bekend zijn, of niemand interesseren.

Daarnaast hangt de huistelefoon, die af en toe rinkelt. Dit alles wordt vermengd met het geloei van de ketelfans en de kroon komt pas op het werk als de boffins worden bijgezet. „Boffins", waarde lezer is geen verbastering van „boffers", want als ze aangezet worden maken ze een lawaai als twintig speenvarkens, die, men een duimschroef op de neus; heeft gezet. Maar ze schijnen wel nuttig te zijn en een hoop vuur te kunnen spugen.

De officier van de wacht heeft het doorlopend razend druk. Hij neemt juist een peiling. Als de TBS zijn gegorgel onderbreekt en begint te wauwelen: „Thies ies gérard , zegt ,gorgeous" met een heerlijk week Frans accent, „execute to follow turn two three five-speed two five ovèrrr". „Officier van de wacht heb je dat begrepen", zegt de Kolonel. „This is goldrush-roger out" zegt de seiner. „Brug wat voor koers liggen we" vraagt de commandocentrale (dit alles tegelijk).

De ware officier van de wacht is een soort duizendpoot, drie dingen doet hij tegelijk, tussen de bedrijven door komt de onderofficier van de wacht melden dat divisie B heeft afgelost, de machinekamer krijgt een uitlazer dat er teveel gerookt wordt, (geen sigaretten hoor!) en op dat moment lispelt gorgeous liefjes „Thies ies gérard stand by - stand by -execute goldrush - over!"

„Goldrush-roger out", zegt de seiner en tegen de officier van de wacht: „Uitvoeringssein meneer!"

De officier van de wacht schiet naar de spreekbuis en mist nauwelijks de hofmeester van CSML, die is komen opdraven met een presenteerblad met drie koppen thee voor „the big brass" (CSML, Cdt. en chef staf).

De officier van de wacht heeft nauwelijks door de spreekbuis tegen de roerganger gebruld „stuurboord vijftien" of er rinkelt weer een andere telefoon; „mag ik lens pompen" vraagt de machinekamer. De Smaldeel-commandant staat onverstoorbaar kalm te midden van dit tumult met

glundere ogen van zijn kopje thee te genieten. „Heb je hem wel, eens op z'n strot gezien"? zegt zachtjes de ene adelborst tegen de ander.

„Waar ga je naar toe" roept de kolonel vanuit z'n scheerstoel eensklaps, „je draait veel te hard".

Weer schiet de officier van de wacht naar de spreekbuis en roept „opkomen tot midscheeps!"

Inmiddels is de officier van artillerie op de brug gekomen en heeft het laatste open plaatsje bezet, schuins achter de scheerstoel. „Batterij gereed" meldt hij aan de kolonel. Het moment van vuren is nu bijna aangebroken, een ieder loert door kijkers naar de schijf, die ergens aan de kim ternauwernood zichtbaar is. Op Georges Leygues schieten plotseling twee vlaggen omhoog; „vuur openen" roept de stafofficier verbindingen naar de commandant.

Hij had het nog niet gezegd of uit de slanke lendenen van „gorgeous" schieten een paar oranje vlammen naar buiten. „Wat een venijnig wijf", flitst het door m'n brein. „Woemm!!!" Een hete rookwolk slaat me in het gezicht en m'n strottenhoofd wordt een decimeter naar binnen gedrukt.

Met onfeilbare zekerheid valt het clear vieuw screen aan scherven; dat gebeurt altijd als kanon twee met kaliber schiet.

Het lawaai is nu niet meer van de lucht; het is een machtig gezicht, deze drie schepen van verschillende naties eendrachtig door het water te zien jagen met vuur uitbrakende zijden, hel en verderf zendend naar de schijf, voorwaar een voorbeeld van samenwerking. Zweetzuur is het snelste,

salvo na salvo wordt eruit gejast met angstig korte tussenpozen. Wij zijn door onze oude installatie het langzaamst, doch onze salvo's blijven dekkend.

Weer schieten een paar vlaggen omhoog op gorgeous „Vast vuren"! Ik ben blij dat dit is afgelopen, hier ben ik te fijn voor gebouwd. De vaart wordt nu geminderd en het volgende punt van het programma komt aan de orde namelijk het „bevoorraden ter zee" en wel het overgeven van zware lasten. Dat heb ik nog nooit meegemaakt, dus ik besloot dit eens haarscherp gade te slaan. De fregatten die aan de oefening deelnamen hebben zich in drie linies opgesteld en de drie kruisers splitsen zich en gaan elk voor een der linies varen. Wij komen voor de linie waarin onze eigen fregatjes zijn.

Door middel van vlaggeseinen worden de schepen aangewezen die langszij moeten komen. Zo krijgen wij de van Ewijck over SB. Het weer is prachtig en de zee kalm, dus het aantal toeschouwers aan dek is enorm. Langzaam schoof de van Ewijck naast ons; onze majoor-konstabel stond al met het

lijnschietgeweer op het tentdek, popelend van ongeduld om zijn talent te tonen. Eindelijk krijgt hij toestemming om te schieten. “Pang'-" - -. _.

Met een elegante boog schiet het koperen roetje met de lijn eraan op de van Ewijck af, die inmiddels tot ongeveer veertig meter is genaderd! Op de bak van de van Ewijck staat een sergeant rustig te mijmeren. Naar lichaam is hij aan boord doch naar geest kennelijk ver weg, waarschijnlijk bij

moeders. Iedereen schreeuwt „pas op", doch dat gaat hem niets aan en met een nijdige klets valt het koperen roetje net achter hem op dek, de lijn over zijn schouder. Een luid gelach stijgt op van beide schepen. De sergeant houdt met een schok overal, kijkt boos en geeft de lijn door naar achter. „Hij was al dood, maar het was hem nog niet aangezegd", roept iemand achter me.

Ondertussen wordt snel aan de overgeschoten lijn een zwaardere overgetrokken en daarna nog een zwaardere met een blok met haak eraan. Verder is er nog een lijn met verdelingen tussen de beide bruggen teneinde de afstand te controleren. Nu gaat de zware last over; het is een dieptebom, die met vereende krachten aan boord van de van Ewijck wordt gesleurd. Inmiddels heeft aan BB de Dubois haar zware last gekregen en even later zakken de beide fregatjes na te hebben losgemaakt weer af, doch niet nadat hun commandanten eerst de groet hebben gebracht aan CSML.

De beide andere kruisers zijn ondertussen ook klaar en al gauw komen er de nodige orders van ,.Gorgeous", want we moeten weer op weg voor de volgende fase, waarin wij een zeer passieve rol spelen, we zijn namelijk schip in het convooi gedurende de komende nacht en de daarop volgende

morgen. Er gebeurt die nacht niet veel, behalve een aanval van motortorpedoboten even na middernacht. Hier krijgen we weer het bekende spel van de lichtgranaten, terwijl wij ditmaal rustig toeschouwer zijn. Als kleine schimmen zien we zo nu en dan een MTB langs de kim schuiven en daarmede is het verder bekeken.

De volgende dag om twaalf uur breekt voor Georges Leygues en ons het moment aan om ons uit het convooi te verwijderen en ons om te toveren in twee magische figuren, de zogenaamde „green raiders" of op z'n Frans de „Raidèrrs Vèrts".

Prompt om twaalf uur geeft CSML order om naar Commander Cruiser Squadron two in marinetaal CS2) te seinen: „Request permission to proceed in execution of previous orders". De SOV vertaalt dit prompt in seintaal en even later komt het antwoord van CS2: „Affirmative".

CSML kreeg er nu recht plezier in want het werd zijn beurt om de lakens uit te gaan delen en binnen de minuut krijgt „gorgeous" order om post te vatten achter ons op koers 350.

Terwijl wij ons uit het convooi begaven en de schepen daarvan langzaam tot schimmen werden aan de heiige kim, begon nog een lampje te flitsen aan boord van het Zweetzuurtje. De SOV, de chef seiner, kortom iedereen die kan opnemen leest het sein mee af: „A bas les Verts"!

„Ha, ha,” de CSML lachte breed uit. „Goeie Zuur" roept hij en zegt: , sein terug „Ni svidonie". Dat betekent in het Russisch „Tot ziens".

Home
Schrijf een bericht in het Nautenboek
Bekijk hier mijn Nautenboek