Verblijf in Stockholm

Ik werd met een schok wakker en realiseerde me, dat er iets anders was, maar wat, dat drong nog niet tot mijn slaapdronken kop door. O, ja natuurlijk, het gezang van de schroeven was opgehouden. Voorzichtig stak ik mijn kop door het poortje en merkte dat we stil lagen, de zee was spiegelglad en hier en daar lagen kleine rotsachtige eilandjes achteloos neergeworpen, begroeid met laag struikgewas en dennen. Een klein motorbootje hakkeplofte naar ons toe en zette twee in het blauw geklede mannen af, die langs een jakobsladder naar boven klauterden. De schroeven zetten zich weer in beweging en ik nestelde me eens gemakkelijk voor het poortje om uit te kijken toen ik weer die kreet „X en Y sluiten" hoorde weerklinken. Hier moest ik niets van hebben en ik wandelde snel de hut uit naar dek. Het was heerlijk weer en er zat iets pittigs en prikkelends in de atmosfeer, ik zoog de lucht met volle

teugen in mijn machtige borstkas doch moest kuchen en ademde gauw weer uit, „dat roken is toch wel de pest", dacht ik.

Ondertussen schoven er steeds meer eilandjes langs en weldra voeren we door een soort vaarwater met vele vertakkingen landwaarts. Hier en daar tussen het groen waren leuke huizen met vlaggestokken in de tuin, waaraan grote Zweedse vlaggen wapperden. Mensen kwamen naar buiten en zwaaiden. Ik kreeg een idee en rende naar het seindek, sprong op de vaste verschansing en loerde door de grote kijker naar een paar meisjes die zwaaiden. De kijker was verrassend goed, „O la la" gromde ik diep achter in mijn keel en keek vol waardering naar het landschap dat zich voor mijn ogen ontrolde. Welk een lijnen en kleurenspel! vergenoegd ging ik een etage hoger, om daar eens een , kijkje te nemen. Op de boeg was iedereen kennelijk in een zeer opgewekt humeur,. parmantig dribbelde ik naar voren en groette de Kolonel en de Officier van de wacht en keek eens wie de twee lieden waren die ik aan boord had zien klauteren.

De ene was kennelijk de loods, daar hij zich met de navigatie bemoeide, en de ander bleek de liaison-officier te zijn; luitenant ter zee der eerste klasse Akeson van de Zweedse marine.

 

...loerde door de grote kijker...

 Ik stelde mij netjes voor en na het wisselen van de gebruikelijke beleefdheidsfrasen zoals „wat mooi is het hier" en „hoe vindt U het in Zweden" begon ik voorzichtig te informeren naar de vermakelijkheden in Stockholm.

Alras kreeg ik de indruk dat een paar vermoeiende dagen in het vooruitzicht stonden, laat naar kooi (of helemaal niet), feesten hier en feesten daar, afspraakjes maken op het Sturaplan, dansen in Skansen etc.

Na een paar uur kregen we de stad in het zicht, een panorama om niet gauw te vergeten. Op de voorgrond liggen mooie gebouwen zoals het Koninklijk Paleis, de opera en het fort, en daarachter tegen de heuvels mooie flatgebouwen, kerken en woonhuizen; dit alles gebouwd op vele eilanden verbonden door fraaie bruggen. Ik kon me nu de uitdrukking „Venetië van het Noorden" wel begrijpen. Intussen kregen we het fort „Kasten Holmen" in zicht over stuurboord en het signaal „Jagers van Van Dam" weerklonk; snel trad de bemanning van de saluutbatterij aan, in de verte kon ik op Kasteel Holmen ook al de saluutbatterij onderscheiden met de bedieningsmanschappen en een muziekkapel.

Even later klonk het signaal „vuren", langzaam rees de Zweedse vlag in de voortop. Ik was snel op stuurboords brugvleugel gesprongen naast het peilkompas, ging netjes „op zitten" en op het moment, dat het eerste schot er uit ging bracht ik mijn rechtervoorpoot schuins bij mijn rechteroor, zoals voorgeschreven in het nieuwe reglement eerbewijzen.

Eerlijk gezegd viel het me niet mee om zolang mooi te zitten, temeer daar direct na ons saluut de Zweedse batterij begon en bovendien speelde de kapel op de wal daarna nog het Wilhelmus.

Half verstijfd sprong ik na aftrap van mijn verheven zitplaats af, de commandant knikte mij goedkeurend toe, dit deed mij plezier en trots stapte ik de brug af; „als ik zo door ga word ik nog tweede klas ook" dacht ik.

 

Het schip zwaaide langzaam rond en er werd meerrol geblazen. Overal heerste activiteit, trossen werden klaargelegd, sleepboten kwamen langszij en langzaam schoven wij langs het Oostelijke deel van de Stadsgorden, waar tenslotte werd afgemeerd ......

„Er gaat weer een sloep, er gaat weer een sloep, er gaat weer een sloep naar de wal!" schalde het door het schip.

Van kanan en kiri schoot iedereen naar de valreep, waar netjes werd aan. getreden. Iedereen zag eruit om door een ringetje te halen, vouwen als messen in de broeken, gladgeschoren wangen, blinkende schoenen en tanden en de „wolf smile" op het gelaat. Ik had mij ook keurig opgefielemeurd. Mijn zwarte vacht was glanzend geborsteld en mijn wenkbrauwen had ik wat ruig naar voren gekamd, zodat mijn ogen daar guitig doorheen glinsterden, ik wist namelijk bij ondervinding dat de teefjes van de Kneuterdijk dit altijd vreselijk spannend vonden. Als nu de inspectie ook maar goed zou verlopen!

Die ondergeschikte officier van de wacht was zo langzaam met inspecteren en de officier van de wacht die lange donkere tweede klas uit de commandocentrale - zat bepaald hinderlijk in mijn richting te kijken. Langs de achtervalreep zag ik enkele officieren, waaronder de eerste officier, van boord lopen. Ze waren keurig opgedoft, moesten zeker naar een feest, ze stegen in een autobus die stond te wachten. Eindelijk was de inspectie afgelopen. Tussen de benen van de passagiers slipte ik de valreep af, ik zag dat de autobus aanstalten maakte om weg te rijden en aangezien ik een hekel heb aan lange einden lopen, wipte ik vlug naar binnen en ging op de achterste bank zitten, naast de chef wijn-toko. „Zo Josep, stuk hoogfijne bagger" zei deze, „kun je het niet langer houden en moet je weer persé de wal op". Ik gromde maar wat, per slot van rekening deze bus was niet voor manschappen en als ik een hoge rug ging voeren, liep ik hoogstens het risico dat ik op straat werd gezet.

Alras zoemden we door de straten van Stockholm, wat ik zo zag langs glijden kon best mijn goedkeuring wegdragen. Uit de gesprekken in de bus kon ik opmaken, dat we naar een cocktailparty in het huis van de Nederlandse zaakgelastigde gingen. Aangezien bij cocktailparty's over het algemeen heerlijke dingen worden opgediend besloot ik mee te gaan; je kunt nooit weten wat er afvalt! Na een half uurtje rijden stopten we bij een mooi huis in de buitenwijken. In optocht ging het de tuin door en naar binnen.

Voorop liepen de officier van artillerie, mijn gastheer (in de wandeling genaamd „Sjonnie") en de verbindingsofficier. De eerste officier, die met de chef wijn-toko voor mij liep merkte op, dat je wel kon zien wie weer het hardst naar de drank liepen. De salon was hardstikke vol met mensen en daar ik steeds onder de voet werd gelopen slipte ik in een onbewaakt ogenblik in de aanrechtkarner


…..Zeemansliefde………

en daar stond ze. Haar ogen waren lichtbruin en glansden vochtig, haar schuin omhoog geheven kopje ging gracieus over in een slanke hals, die op haar beurt overging in de volle lijnen van haar …O la la, ik werd er warm van. Ze stond hoog op haar poten en ik keek gefascineerd naar haar fijne linker-achter-enkel, waar het rythmisch kloppen van een adertje ook haar emotie verried. Mijn staartje begon zenuwachtig te trillen……. Zij wandelde snel naar buiten op het grasveld en bleef daar staan, ik dribbelde haar na en draaide een cirkeltje om haar heen. Zij snuffelde ...... Ik snuffelde...... „Ik ben Lucky Joseph en van redelijk goeden huize". „Ik ben Carla en vaak alleen". „Ga je mee uit?" “ O Ké". En zo gingen we samen op stap ......

 's Ochtends om vijf uur kwam ik pas aan boord, de zon was al weer op. Amechtig, de tong uit de bek wankelde ik de valreep over en meldde mij af bij de officier van de wacht. What a night!

Ik had nog net voldoende energie om mijn passagierskaart te halen en naar de hut te lopen. Mijn gastheer lag al te snurken, de sprong naar boven kon ik niet meer maken dus plofte ik als een zak veer onder het bureau ......

De volgende dag had ik nog een behoorlijke kater (voor zover een hond een kater kan hebben). Dat Zweedse aquavit bleek toch wel venijnig spul te zijn; geef mij maar Bols dan voel je tenminste wat je binnen krijgt! Ik hield me 's ochtends heel rustig en nam me voor om na de rijsttafel nog een tukje te doen, alvorens de wal op te gaan. Rijsttafel vind ik altijd iets aparts; trouwens iedereen aan boord is er gek op. Het is altijd stiller dan gewoonlijk tijdens het schaften, iedereen heeft slechts tijd om te laden. Vooral dat hete spul vind ik heerlijk, sambal noemen ze het. 

Mijn vriend met de snorren vertelde laatst aan een stelletje derde klassers (naar aanleiding van de sambal) de geschiedenis van de zeer zeldzame vogel genaamd „breng breng", of op z'n Maleis de “boeroeng breng breng". Deze vogel leeft uitsluitend in de binnenlanden van Borneo en voedt zich alleen met lomboks (Spaanse pepers); na de maaltijd vliegt hij altijd achteruit, om zich het achterste te koelen. Nu dat laatste daar kan ik van meepraten, ik herinner me nog hoe ik me na de eerste rijsttafel hier aan boord voelde als een ramjet met defect koelsysteem.'

Na mijn middagdutje en een fris warm bad ging ik wederom de wal op.

Ditmaal liep ik met een stelletje leden van de gouden bal, aangezien Carla vandaag bezet was. We gingen naar Skansen. Nu, dat is een waar paradijs. Flicka's in overvloed en allemaal even wakker…..o, neen, ik bedoel „vacker"! Grappige taal dat Zweeds het lijkt veel op Hollands, doch snel en op z'n boerefluitjes uitgesproken. Er was een meisjesband en een grote danstent, waar de Koninklijke Marine in zeer los verband, verkenningsacties hield. Jonge, jonge, kijk die majoortelegrafist eens rond zwieren, zou hij thuis bij moeders ook zoveel te vertellen hebben? In ieder geval heeft wel zo langzamerhand het woord vlagvertoon een diepere betekenis voor me gekregen. Moe, doch voldaan ging ik weer naar boord. Onderweg ontmoette ik een huis, waar ,hot dogs" op stond. Ik natuurlijk benen te kort, om er heen te lopen. Aanvankelijk was ik teleurgesteld, niet te vinden wat ik verwachtte, maar ik moet zeggen die worstjes waren overheerlijk en ik had weer wat nieuws geleerd. De volgende dag had ik de wacht. Natuurlijk een vervelende zaak, maar dat moet nu eenmaal ook gebeuren.

 

De laatste dag ben ik weer met Carla uitgeweest en heb mijn restant kronen aan haar verspeeld. Ik moet zeggen, dat ik het helemaal niet zo gek vond, dat we de volgende dag weer naar zee gingen, want Carla werd een beetje sentimenteel en daar houd ik niet van. Die vrouwen weten toch ook nooit van maat houden! Het was dan ook met een zeker gevoel van opluchting, dat ik de volgende dag op het achterdek was bij de meerrol, terwijl zij met haar bazin aan de wal stond. Trouwens er werden veel relaties verbroken, waarvan sommige flicka's getuigden, die hartverscheurend huilend langs de kant meeliepen, terwijl het schip langzaam weggleed. „Ziezo, dat hebben we alweer gehad" zei de Chef Staf, die ook stond te kijken, „nu op naar weekprogramma zes" Ik wandelde nog eens de campagne op en neer, stoer mijn zeebenen tonend, blafte voor de laatste maal tegen Carla en ging toen met 'n zucht van verlichting naar mijn tampat.   Stockholm exit!


Home
Schrijf een bericht in het Nautenboek
Bekijk hier mijn Nautenboek