Begraven militairen op Curaçao: “Opdat zij met eere mogen rusten!”

 

In de nacht van 8 op 9 juni 1929 vaart de Venezolaanse rebellenleider Rafel Simon Urbina naar Curaçao. Urbina is een paar maanden ervoor op Curacao ‘persona non grata’ verklaard omdat hij een tegenstander is van de Venezolaanse president Gomez. Met honderdvijftig man valt hij het Waterfort aan. Hij maakt machinegeweren en munitie buit en ontvoert de Nederlandse Gouverneur Fruytier en de garnizoenscommandant Borren. Tijdens de strijd sneuvelen er drie Nederlandse militairen.

 

De Nederlandse regering in Den Haag trilt van machteloze woede en besluit in het vervolg om permanent de Nederlandse krijgsmacht op Curaçao te stationeren en uit te breiden (Ňapa, 2005:12). Een direct gevolg van de inval is de oprichting van het Vrijwilligers Korps Curaçao (VKC) en de voortdurende aanwezigheid van een marinefregat in de West. De omgekomen militairen liggen begraven aan de Roodeweg. Als eerbetoon voor hun moedige optreden wordt er boven hun graf een monument gebouwd. Het monument staat er nog steeds, een zichtbare en tastbare herinnering aan onze aanwezigheid vandaag de dag op Curaçao.

 

Wanneer men precies is begonnen om op Curaçao gestorven militairen op de Roodeweg te begraven is niet precies bekend. De eerste vermelding die ik heb gevonden is het jaar 1778. Twee slachtoffers van het ontplofte schip ‘De Alphen’ zouden zijn begraven op het terrein van een zekere Brugman aan de Roodeweg (Hartog, 2004:316). Vandaag de dag is er niets meer van deze graven terug te vinden. Het oudste graf is van de MARN 2 Albertus van Zutphen, geboren 15 februari 1868 te Utrecht en overleden op 4 maart 1890 te Willemstad (KM: 1968:1). Na hem volgen nog zesentachtig militairen die in en door de dienst hun leven op Curaçao lieten. De lijst van begraven militairen bestaat uit alle rangen en standen, van mariniers en matrozen tot officieren. Ik kwam zelfs de namen tegen van een Italiaanse, een Duitse en twee Franse militairen.

 

Omdat de laatste begrafenis in 1963 plaats vindt, wordt in 1989 overwogen sluiting en ruiming van de begraafplaats te onderzoeken. Uit dit onderzoek blijkt dat de begraafplaats reeds bij besluit van 27 december 1949 gesloten is verklaard (Opmerkelijk is dus dat tot en met het jaar 1963 er gewoon militairen op de begraafplaats ter aarde zijn besteld, EK). Op 6 februari 1990 maakt het bestuurscollege van het eilandgebied Curaçao bekend dat het Ministerie van Defensie definitief niet langer gebruik zal maken van de begraafplaats. Op vrijdag 31 januari 1992 wordt in alle kranten een oproep gedaan aan alle nabestaanden van de familieleden die op de begraafplaats aan de Roodeweg te ruste liggen. Zonder tegenbericht zal worden overgegaan tot ruiming conform de getelde regels in de begrafenisverordening. Deze bepalen dat een graf tien jaar ongeroerd dient te blijven. Dit leidde er ondermeer toe dat de Marine het voornemen bekend maakte om op 31 januari 2002 van de begraafplaats afscheid te nemen (Marine Wit, Tropen Blauw, De West Kronieken, 2000:67).

 

Twee jaar geleden toen ik op Curaçao werd geplaatst (oktober 2004, EK), hoorde ik voor het eerst van de begraafplaats aan de Roodeweg. Mijn voorganger Rob Geene vertelde mij erover en we bezochten de begraafplaats. Al vele jaren was het traditie dat de Koninklijke Marine met een aantal vrijwilligers het onderhoud van de begraafplaats verzorgde. Midden jaren tachtig van de vorige eeuw bezocht de Gouverneur samen met CZMCARIB na de dodenherdenking op 4 mei bij het Waaigat de begraafplaats aan de Roodeweg voor het leggen van een krans. Veertig jaar lang heeft er een bord aan de ingang gehangen met de mededeling dat de sleutel van de begraafplaats is af te halen bij de officier van de wacht van Marinebasis Parera. September 2004 trof ik een vervallen en slecht onderhouden begraafplaats aan.

Het probleem was volgens mij dat er geen structuur achter zat en dat onderhoud incidenteel werd uitgevoerd. 1 januari 2006 maakte ik met de komst van het nieuwe jaar een voornemen. Voor het zomerverlof zou nu eens duidelijk worden wat er met de begraafplaats moest gebeuren. Het was nu of nooit omdat de begraafplaats steeds meer in verval raakt en er straks niets meer valt op te knappen. Een aantal mensen, waarvan ik had gehoord dat zij interesse toonden voor de begraafplaats,  nodigde ik uit voor een eerste verkenning. Jaap Oostra, Peter Jacobs, Hans van Reenen, Jos Rozenburg, Jan van Aller en ik discussieerden over opknappen versus ruimen. Als snel kwamen we tot de conclusie dat er drie goede redenen zijn om de begraafplaats te behouden.

 

Op de eerste plaats is de begraafplaats aan de Roodeweg historisch gezien van waarde. Niet alleen vanwege de hierboven beschreven gebeurtenis met Urbina maar achter ieder graf schuilt een leven van een mens met zijn eigen verhaal. Een maritieme historicus zou hier interessant onderzoek naar kunnen doen. Ten tweede voelen we allen een morele plicht om iets voor overleden collega’s, zover begraven van hun geliefde Nederland, te doen. Vanuit de geestelijke verzorging krijg ik gemiddeld twee keer per jaar bezoek van nabestaanden die het graf van hun overleden familielid komen bezoeken. Zo kwam dit voorjaar mevrouw Vaas nog haar overleden vader opzoeken. Lieuwe Vaas werkte bij de Militaire Politie en was één van de drie mensen die overleed tijdens de inval van Urbina. Ten derde is er een educatieve reden waarom de begraafplaats behouden zou moeten worden. We kunnen leren uit het verleden en wanneer de begraafplaats weer is opgeknapt, zouden we hier bezoeken naar toe kunnen organiseren. De organisatie die het onderhoud en het beheer het beste ter hand zou kunnen nemen, is een stichting die los staat van de Koninklijke Marine. We besloten ook ons initiatief te verbreden en mogelijk belanghebbenden van buiten de KM erbij te betrekken.

 

In maart 2006 bezocht ik met vertegenwoordigers van: het Maritiem museum, het Contact Oud Mariniers, de Protestantse Kerk en een beleidsmedewerker van Financiën de begraafplaats. Allen onderschreven de eerder genoemde redenen om de begraafplaats te behouden en op te knappen. We besloten om als stichting in oprichting verder te gaan. Er deed zich echter een belangrijk probleem voor. Omdat in het verleden al eens een besluit was genomen om de begraafplaats te ruimen, moesten we eerst zeker weten wat de bestemming van de begraafplaats is. In stukken van het kadaster had ik gevonden dat de grond van de begraafplaats eigendom is van het land de Nederlandse Antillen en dat het onderhoud de verantwoordelijkheid is van het College van Bestuur van Curaçao. Feitelijk hebben we dus helemaal niets over de grond van de begraafplaats te zeggen en hebben we al de tijd zelf onze verantwoordelijkheid genomen om voor de graven te zorgen.

 

Eind juli jl. kreeg ik antwoord op mijn brief aan de Minister van Financiën. Ik had haar verzocht om duidelijkheid te geven over de bestemming van de begraafplaats. De Minister antwoordde dat wat haar betreft de bestemming begraafplaats behouden kan blijven. In de tussentijd is er ook contact gezocht met de Oorlogsgravenstichting in Nederland. Aanvankelijk werd gedacht dat wij buiten de doelstelling van de Oorlogsgravenstichting zouden vallen. Zij beheert en onderhoud alleen de graven van militairen die na 9 mei 1940 zijn gestorven. Het is toch wel wat betreurenswaardig dat militairen die in en door de dienst van vóór 10 mei 1940 niet onder de doelgroep van de Oorlogsgravenstichting vallen. Jos Rozenburg en ik hebben tijdens het recente bezoek van de Hoofdkrijgsmachtrabbijn Jochanan Boosman aan Curaçao, bestuurslid bij de Oorlogsgravenstichting, er op aan gedrongen naar een constructie te kijken waardoor wij toch gebruik kunnen maken van de faciliteiten van de stichting. De Hoofdkrijgsmachtrabbijn beloofde dit in het hoofdbestuur in te brengen.

Geheel onverwacht kwam Willem van Geel begin september met een aantal belangrijke contacten op de proppen. Door tussenkomst van de heer Ton Bakker (bekend steigerbouwer op Curaçao) is er inmiddels een groot aantal bedrijven die onze stichting in oprichting in natura heeft ondersteunt. Gratis verf, gratis grind, gratis plastic voor op de grond, gratis afvalcontainers, metselaars die de muur rond de begraafplaats herstellen. Maar ook vanaf onderop laten mensen van zich horen. Mariniers van de Compagnie die in hun eigen tijd komen helpen, veel oud Marinemensen die hier op het eiland zijn gebleven en de leden van de Donderdagavond Duik Club. Ik vind het allemaal geweldig. Ik wil dan ook alle mensen bedanken die in hun vrije tijd de afgelopen weken met grote inzet de begraafplaats een flinke opknapbeurt hebben gegeven. Uit jullie enthousiasme en grote betrokkenheid put ik de hoop dat de nieuwe stichting ook in de toekomst op jullie kan rekenen. Opdat de op Curaçao gestorven militairen ook hier met eere mogen rusten!

 

Erwin Kamp

Humanistisch raadsman

Schrijf een bericht in het Nautenboek

Bekijk hier mijn nautenboek