DE TOCHT NAAR WASHINGTON D.C.

 

Gelukkig is de auto van de collega van suikeroom goed verwarmd, want het is behoorlijk koud buiten. Alle plassen langs de weg zijn bevroren. We hebben zojuist de veerpont van New Port Ne1vs achter ons gelaten en snorren nu over, U.S. Highway 1) nr. 17 naar Tapahannock, dat onze eerste stopplaats zal worden. De beide bussen zijn al uit het gezicht verdwenen; daar schijnt een aparte maximum snelheid voor te bestaan. Wij houden ons keurig aan de 55 mijl maximum snelheid die blijkens grote borden voor deze weg van kracht is.

We zitten met z'n zessen in de auto, waaronder suikeroom, z'n collega van Saclant, de eerste officier en de Onderzeebootbestrijding-officier. Suikeroom kan z'n ogen nog niet open houden vanwege het vroege uur en zit als een in elkaar gedoken roofvogel naast de chauffeur, nu en dan klaagt hij zachtjes: ,.Ik heb het koud!" De overigen hebben  een sigaret opgestoken en kijken vol interesse naar het landschap. Na twee uur rijden wordt Tapahannock bereikt, waar we stoppen bij een „drug store 2). We hebben razende  honger en bestellen een formidabel aantal gebakken eitjes en gloeiende koffie om ons weer nieuw leven in te blazen. In ieder eetcompartiment. de tafels zijn afgescheiden door schotten, is een doos met drukknoppen en een gleuf voor geldstukken, zodat men de juke box kan bedienen, zonder naar dat Instrument toe te gaan. Suikeroom... laat een nickle naar binnen Blijden en drukt prompt op het knopje gemerkt ,.Mama's boogie", dat hij zich zeker nog van de Burlesque Show herinnert. Het meisje dat bedient komt met een enorm presenteerblad aangelopen. Ze heeft een kleurig plastic schort voor, waarop staat geschreven „Come and look me up some time". „Wat een land!", zucht de eerste officier. „Thanks awfully mah deah girl" zegt suikeroom in z'n beste Engels, Would you mind giving us some peppah as well?" 3) Het meisje kijkt bijzonder wantrouwig doch graait toch een paar busjes peper van de naburige tafeltjes. Ik slobber met behagen mijn bak koffie leeg, ze kunnen zeggen wat ze willen van de States: maar de koffie is puik, waar je ook komt! ,.Zullen we weer eens?" zegt onze gastheer. „O.K." is het commentaar en iedereen hult zich weer in dassen en overjassen en duikt de kou weer in. De overgang is groot na deze overdadig verwarmde koffietent. Een bleke winterzon heeft zich nu los geworsteld van de rij huizen aan de overkant en probeert enige warmte te brengen, hetgeen nog niet erg lukt. Wat een verschil met die enorme vuurbol die meedogenloos op Curaçao neer brandt vanuit een felblauwe hemel! Een uur later rijden we Frederiksburg  binnen, een van de oudste stadjes in de States waar vroeger de Indianen huis hielden en waar tijdens de burgeroorlog is gevochten. Het verkeer wordt na Frederiksburg belangrijk drukker, omdat we over zijn gegaan op U.S. highway nr. 1, een dubbele weg, terwijl op ieder drie banen ter beschikking zijn. Vrijwel alles snort met 55 mijl langs de weg. We zijn aan alle kanten omringd door auto's en trucks die net even hard als wij mee hollen, terwijl op de andere baan hetzelfde gebeurt in tegengestelde richting. Iets geheel nieuws voor mij is wel het vervoer van auto's op trucks, dat schijnt sneller en goedkoper te zijn dan per trein. Op een zo'n truck met trailer, die enorm groot is, gaan wel vier luxe wagens, die stevig vastgesjord, meereizen op de bovenbouw van het monster. Het landschap is hier prachtig; golvende heuvels met mooie bossen, waartussen de highway zich als een reusachtig lint slingert. Ongeveer 100 km voor Washington komen we bij een splitsing. „Hier is een tweede highway aangelegd, om het drukke verkeer van en naar Washington wat te verdelen", legt onze gastheer uit. Wij zullen de nieuwe weg nemen, de Shirley highway" en de daad bij het woord voegend, rijdt hij via een ingewikkeld klaverblad op de Shirley highway, een van de mooiste wegen, die ik ooit heb gezien. Na drie kwartier rijden zijn we op de top van een der glooiende heuvelrug gen gekomen en zien we als in een grote kom Washington voor ons liggen. Ik moet zeggen dat dit wat anders is dan Norfolk, Virginia. Het wordt nu ook ingewikkelder, want er zijn telkens splitsingen en klaverbladen en je moet maar net weten welke je moet inrijden. We naderen de Potomac, waar een groot aantal prachtbruggen over liggen en passeren aan onze linkerhand het Pentagon building, een enorm enigszins futuristisch aandoend bouwwerk. „Dat is nu het Amerikaanse luizenhuis" verklaart onze gastheer. „Ik moet er nog al eens zaken doen en de eerste keer heb ik me een kunstkop gezocht, naar mijn plaats van bestemming!" „Overigens barsten ze er nu al weer uit, omdat het te klein is". „Net Nieuwediep" prevelt suikeroom. Ondertussen zijn we op het ingewikkeldste knooppunt aangekomen waar de wegen soms drie dik over elkaar heen gaan. „Dat noemen ze hier „triple-deckers" verklaart onze gastheer.' Het is duizelingwekkend, alles blijft met grote snelheid doorrijden en van alle kanten komen er wegen af en bij. „Ik snap werkelijk niet hoe je hier uit wijs kan worden" zegt suikeroom. „Ik ook niet" zegt zijn collega aan het stuur, „we zijn al verkeerd!" En ja hoor na het draaien van enige ronden, waarbij we geen stap dichter bij Washington komen, eindigen we met Washington de rug toe te keren en we snorren weer de heuvel op. „We zullen het nog eens proberen" zegt de chauffeur. Na enige duistere slingeringen te hebben uitgevoerd komen we plotseling weer op de Shirley highway. Even later zijn we weer bij het labyrinth maar ditmaal gaat het goed, hoewel ik geloof dat we eenmaal smokkelden door over een verboden lijn heen te rijden. In ieder geval rijden we nu over de Potomac Washington binnen. Wat een prachtig aangelegde stad! Het is stralend weer, zodat alle gebouwen nog beter en voordeliger uitkomen tegen de helder blauwe lucht. De koepel van het Capitol en de obelisk op de heuvel daartegenover beheersen het schouwspel. Meer op de voorgrond zien we twee andere prachtmonumenten; het Jefferson memorial en het Lincoln memorial. „Zullen we hier eerst gaan kijken, of zullen we dat tot de terugweg bewaren?" vraagt de chauffeur. „Laten we dat maar op de terugweg doen", oppert suikeroom, die kennelijk meer belangstelling heeft voor het natuurschoon in de stad. Dus rijden we door en parkeren de auto tegenover de obelisk; het „Washington monument". „Het ding is maar 160 meter hoog" zegt onze gastheer, „zullen we eens naar de top klimmen, het uitzicht is schitterend “ en er is een lift!" voegt hij er aan toe, als het gezelschap wat bedenkelijk kijkt. Helaas gaat de klimtocht niet door, want er staat een queu voor de ingang van wel honderd meter lang. Daarom besluiten we om eerst het Capitol te zien en daarna de stad in te gaan. Helaas is de hitte in dat over verwarmde gebouw zo intens, dat we niet lang binnen blijven en met een pracht van een hoofdpijn weer buiten komen.

 „Ik begrijp nu waarom ze in de kranten zo vaak spreken over „heated arguments in congress" zegt een onzer, „van deze hitte klim je automatisch op je strot!" Gelukkig komen we weer gauw bij in de pittige winterlucht en verlustigen ons in het wandelen door de drukke winkelstraten en het kijken naar het zeer uiteenlopende publiek. Wat mij opvalt van deze stad, is dat er ondanks alle mooie straten en winkels geen enkel gezellig restaurant is te bespeuren. Vruchteloos zoeken we naar een knusse cocktail lounge of een eettent met een strijkje, maar onvermijdelijk komen we telkens weer terecht in de reeds welbekende tenten met glimmend stalen meubelen, tafeltjes met een blad van plastic en zonder tafelkleedjes, neon-verlichting en, laten we dat vooral niet vergeten, de juke box. In de namiddag, na het genieten van een goede lunch, rijden we door de deftige woonwijken en gaan een vrindje uit de smaldeel-tijd opzoeken, die nu bij MA Washington 4) werkt. ,.Hallo kerel, we kwamen kijken of de thee al gaar is!" zegt onze chauffeur. Het vrindje uit de smaldeel-tijd heeft kennelijk zijn siësta moeten onderbreken want hij wrijft z'n ogen uit, gaapt nog eens en mompelt dan verbaasd “Hoe komen jullie hier nu in 's hemelsnaam verzeild.'" Kijkt vervolgens nog verbaasder als hij mij ziet en zegt: „En Lucky Joseph komt blijkbaar ook overal, hoe doe je dat toch beste hond je hebt zeker

 een vrindje op de afdeling personeel in Den Haag!" Vervolgens worden we naar binnengeloodst, waar we kennis maken met z'n vrouw die ons op heerlijke thee vergast. „Je bent toch nog geen overste geworden?" vraagt suikeroom, wijzend op een pet scrambled eggs 5) die aan de kapstok hangt. „Neen, ik ben nog steeds een Ltz. 1 Z V 6) die pet is van de commandant onderzeedienst. Hij logeert op het ogenblik hier in verband met het overnemen van de „Walrus" en de „Zeeleeuw", die we van de Amerikanen in bruikleen krijgen!" Na een half uur van genoeglijke kout vindt onze chauffeur dat we maar weer eens terug moeten naar Norfolk, we breken dus op en nemen hartelijk afscheid van onze charmante gastvrouw en gastheer. Enige tijd later zitten we weer in het labyrinth aan de rand van Washington en proberen op de Shirley highway te komen. Na een vergeefse poging lukt het en snorren we weer zes dik, naar het Zuiden. Het is nog steeds prachtweer en de stemming opperbest, we nemen in hetzelfde tentje in Tapahannock weer een hartversterking. Het is er nu tjokvol en het duurt een tijd voordat we ons in een cubicle kunnen persen. Onze gastheer gaat met zijn broek op een stuk kauwgum zitten, dat op zijn stoel zit geplakt. Onder het uiten van een paar afgrijselijke vloeken staat hij op en neemt bijna de plastic zitting van zijn stoel mede. „Pas maar op, straks denken ze nog dat je een communist bent" zegt suikeroom, „een buitenlander die luidkeels en met een boos gezicht een groepje ongure individuen toespreekt dat is verdacht!" Onze chauffeur heeft het kauwgum losgepeuterd en gaat weer zitten. „Jullie lachen er om", zegt hij, „maar weten jullie wel dat het zeer ongezond is om hier in de States het woord ,.communist" te gebruiken. De FBI is overal en je hoeft maar even iets te doen, dat verdacht lijkt en je bent onder observatie. Er ontwikkelt zich een heel debat om het onderwerp democratie en communisme. Ik ben te vermoeid om het allemaal te volgen, maar ben het wel eens de conclusie van suikeroom, die vindt dat alles wat maar naar communisme zweemt met met wortel en tak moet worden uitgeroeid, ook al zijn we in een vrij land. Als in een gezond lichaam ziektebacillen binnenkomen zodat het ziek wordt dan neemt men toch injecties om die bacillen uit te roeien, zodat zodoende het lichaam weer gezond wordt? Zo eindigt hij zijn betoog. Het is laat geworden en buiten is het al donker. Huiverend duiken we de koude weer in en even later snorren we weer voort naar het Zuiden. Het is tegen middernacht als ik eindelijk doodmoe en verzadigd van indrukken mijn bagagenet inrol en prompt in slaap val.

1) Hoofdweg nr. 17,

2) Soort winkel annex milkbar en eetgelegenheid.

3) „Reuze bedankt m'n lieve kind, wil ons ook wat peper geven

4) Marineattaché Washington.

5) Pet van hoofdofficier.

6) Luitenant ter zee1e klasse zonder vooruitzichten

Home
Schrijf een bericht in het Nautenboek
Bekijk hier mijn Nautenboek