IN NORFOLK, VIRGINIA.

Huiverend van de koude sta ik op bakboords-brugvleugel te kijken naar het scheepsverkeer, dat steeds drukker wordt naarmate we Chesapeake bay verder instomen. Het is echt Hollands weertje; een grijze lucht met wat motregen en een gure wind. Achter ons komt een fleet-carrier aan en over stuurboord haalt een onderzeeboot ons in. Voor ons uit stomen twee logge tankschepen en nog verder voor hen uit is een rij zwarte stippen op het water te zien; de versperring, waar we doorheen moeten voor dat we Norfolk bereiken. Over bakboord is een lage kust zichtbaar, die wel lijkt op de onze, maar dan zonder duinen. Dit is de beroemde beach van Virginia, waar 's zomers duizenden mensen heengaan en blijven kamperen, nu is het slechts een verlaten, vuilgele streep aan de kim. We passeren de versperring, waarvan de opening zo te zien, hoogstens tweehonderd meter breed is. Nabij de opening ligt een patrouilleboot triest te drijven, op de plecht staat een eenzame figuur met de handen in de zakken voor zich uit te staren. „Die zit te piekeren hoe hij z'n verzoek om overplaatsing moet inkleden" zegt een der rapp's die naast mij staat te kijken. Hij is nog niet uitgesproken of een hoog gillend gehuil wordt hoorbaar, dat snel aanzwelt en plotseling overgaat in een dof geraas; vijf straaljagers schieten met enorme snelheid laag over ons heen en lossen zich weldra als stippen op in de grijze lucht. De marinebasis begint nu boven de kim te rijzen en het duurt niet lang of we liggen te drijven te midden van een respectabel aantal carriers, kruisers en jagers, die voor anker liggen. „Zouden ze ons verzoek om een loods wel hebben gekregen?"  vraagt de commandant aan suikeroom, ,het is hier zo groot!" En hij wijst op de lange pieren met een enorm aantal loodsen en gebouwen voor zover het oog kan zien. Suikeroom wil juist een chauvinistische opmerking maken over de verbindingsdienst, als er een enorme sleepboot van achter de pier verschijnt, die onmiskenbaar koers zet naar ons. Als hij binnen praaiafstand is roept iemand door de hailer: „Are you felluhs vèn dith zaahn and suhrèèèèm?" 1) “That is correct, we want a pilot”is het antwoord. 2)

De sleepboot die bijna zo groot is als wij, komt langzaam naderbij en duwt z'n dikke met stootkussens versierde neus tegen ons aan, een knaap in khaki springt over en komt naar de brug; het is een havenloods. „You've got berth number 96 operational base, captain!"3) zegt hij.

Vervolgens kijkt hij mistroostig naar het uitzicht door de brugraampjes en verklaart dat hij liever „up top" wil staan. Van nu af aan hebben we niets meer te zeggen, de ene roer- en telegraaforder na de ander komt van boven rollen. De sleepboot blijft als een log en dreigend monster naast ons varen. Het wordt nu wel duidelijk, dat we naar het einde van een der pieren gaan, waar achter twee enorme hoofdkwartierschepen nog net een plaatsje open is voor ons om naast elkaar te raseren. „Ik begrijp niet waar we die sleepboot voor nodig hebben", zegt de commandant. ,Het zal waarschijnlijk in hun bepalingen staan", meent de navigator, „of je nu een slagschip bent of een mijnenlegger, dat kan niet schelen, maar een sleepboot krijg je, zin of geen zin!"

Dwars van onze ligplaats, vlak onder het torenhoge achterschip van de „Merrimac", duwt de sleepboot zijn neus weer in onze midscheeps en drukt ons welhaast door de kaai heen. „Ziezo, dat is ook alweer gebeurd", zegt de commandant, terwijl hij met een gevoel van opluchting de loods met zijn sleepboot ziet vertrekken. Vervolgens verdwijnt hij in zijn kajuit. Over de kade komen twee marineofficieren aan; Hollanders blijkens hun uniformen. Ze stappen aan boord en verdwijnen in de trapafgang naar de longroom. Ik besluit dat het voor mij te koud is om nog verder aan dek te blijven staan en ga naar beneden. In het voorbijgaan zie ik in de hut van de eerste officier suikeroom staan en een van de pas aan boord gekomen officieren, die elkaar op de schouders slaan en daarbij elkander op minzame toon verwensingen toe slingeren. „Kennen elkaar zeker nog van vroeger", concludeer ik en daal de trap af naar de gamelle officieren. Ik geniet van de heerlijke warme lucht in het benedenschip, die me tegemoet komt en mijn spirits rijzen pijlsnel. In de longroom heeft zich een kring gevormd om de tweede officier, die aan boord is gestapt. Even later voegen suikeroom en zijn vrindje zich ook bij het gezelschap. O, daar heb ik nog mee gevaren, da's 'n mooie", hoor ik de korporaalhofmeester tegen een van z'n maats zeggen, „ik heb hem als commandant gehad op de Batjan". Het gesprek gaat natuurlijk over Norfolk de naval operational base" en SACLANT (Supreme allied commander Atlantic) bij wiens staf de beide officieren werkzaam zijn. ,Het is hier net Nieuwediep", zegt de langste van de twee die al een enigszins kaal hoofd heeft (en altijd honger), „alleen is alles een beetje groter. Met de stad is het al net zo; precies Den Helder, maar dan honderd maal zo groot." Alleen, 's zomers is het hier leuk, dan is er een teveel aan vrouwelijk schoon, door alle verlofgangsters, uit steden zo als New York en Boston. die hier hun vakantie doorbrengen." .O," knikt iedereen treurig. De luidspreker begint te zoemen: Scheepshond Lucky Joseph in de kajuit .... uit!" Ik snel naar boven ondertussen mijn geweten doorzoekend of ik misschien iets fouts heb gedaan, maar ik kan niets vinden. De commandant zit gebogen over een stapel rapporten van de oefening, hij kijkt op als ik mijn entree maak. „Je moet deze tas, die onze liaisonofficier ltz. Schoole. bij van boord gaan heeft laten liggen, meenemen en aan hem afgeven in gebouw X ray three zero zero", zegt de commandant. ,.Denk er om, er zitten confidentiële paperassen bij!" Je kunt de auto die ons is toegewezen gebruiken, de chauffeur staat bij de valreep!” Jawel overste!"

Ik pak de tas in mijn bek en verdwijn. De chauffeur is allervriendelijkst en ik zeg met een scheutje Oxford en het air van een passagier tegen een taxichauffeur: „Take me to shed X ray three zero zero please!”4) Ik wil al op mijn gemak gaan zitten als ik merk, dat de chauffeur mij verwonderd aankijkt. Where the hell is that shed bud?" 5) In mijn fraaiste Engels maak ik hem duidelijk dat ik daar geen idee van heb: „I haven't got the foggiest idea where it is old boy !” 6 ) De chauffeur mompelt iets over „taking orders trom illegitimate son of the canine family„ en „have to ask ihe wharf police" 7) en we rijden weg. Ik voel me zwaar beledigd, weliswaar bèn ik een „illegitimate son of the canine family" maar dat hoeft toch niet zo cru te worden gezegd en bovendien kan hij nooit weten dat ik “illegitimate" ben! En wij maar rijden. Het is Zaterdagmiddag dus alles is uitgestorven. De ene pier na de ander, het ene pakhuis na het ander gaat voorbij, tot we eindelijk bij de hoofdpoort terecht komen. Daar ontwikkelt zich weer een gesprek over die loods. De politieman kijkt bedenkelijk, licht z'n pet op, krabt zich op z'n hoofd, schuift z'n kauwgum naar de andere wang en roept naar een van zijn collega's: „HeY Bill, com' here a minute, will you. „Do ou know where X ray three zern zero is?" „Ill be damned if I know, never heard of the place' haven 't been here too long either….. wait, we’ll ask old Pete”. 8) Old Pete komt opdagen en hem wordt het probleem voorgelegd. „Oh shoh", zegt Pete. “You go back the road ye fellers came from and take the third to your right, then the second to your right, the fourth your left. Then you see a footballfield, you keep that to your right, at the end of the field you turn left Ye can't miss you see a bunch of brand new sheds one of them is X ray three hundred. Ah don't know if the numbers bin painted on yet!" 9) “Well thanks pop" zegt mijn chauffeur. En daar gaan we weer, de derde rechts, de vierde rechts, de vierde links . . . . „Ah don' see no damn football-field!" mompelt de chauffeur. 10) „Vent heeft goeie ogen, peins ik, ik zie ook niets! Langs de weg komt een matroos aangelopen. “Say bud, ye know a football-field around here?” “Hell yes, there is four of them, which one ye mean?” 11) Na veel over en weer gepraat gaan we weer door en komen bij een voetbalveld, we houden het aan onze rechterhand en warempel, na vijf minuten doorrijden zien we een rij nieuwe gehouwen die er allemaal precies eender uitzien en geen van allen zijn genummerd. Ik voel me ondertussen hongerig, koud en akelig en heb meer dan genoeg van shed X 300 waar we nu al bijna een uur naar zoeken. Langzaam rijden we langs de rij pakhuizen (daar lijken ze het meeste op), maar helaas zijn ze allemaal dicht. Als we bij de laatste loods zijn gekomen draaien we mistroostig weer om en rijden met een sukkelgangetje weer terug. Gelukkig zie ik nog net dat in een vertrek aan de voorkant van de loods die we juist passeren een licht aanfloept. „Let's stop and ask!" zegt ik. 12) De chauffeur vindt dat ook een goed idee. We tuinen naar binnen en komen in een vertrek met een toonbank, waar een man achter staat. „Is this shed X ray threehundred?" vraagt de chauffeur. .,I couldn't teil ye the number, we moved in this new building today, this is the air transport reservations office, but practically everybody's gone home!" 13)

Wanhopig zitten we neer op een bank en ik sta op het punt het op te geven als ik plotseling een inval krijg. Ik ga naar de telefoon die aan de wand hangt, pak de hoorn en draai „00", informatie, blijkens een in vette letters gedrukte annonce onder de telefoon. „Information", zegt een heldere vrouwenstem. „Can you give me the number of shed X ray three zero zero?" „One moment please…… ." „But that is your own extension, mister!" de stem klinkt lichtelijk verbaasd. „Thank you very much." „You 're welcome honey" 14) kweelt ze terug en haar stem is zo volgeladen met sex-appeal dat er een rilling door mijn leden gaat. Ik kan wel juichen, want zo langzamerhand hangt deze affaire me ellen lang de keel uit. “This is it”, zeg ik tegen de chauffeur. “Well I’ll be a sad sack”, 15) zegt deze.Ik wend me nu weer tot de man achter de toonbank, die met een onverschillig gezicht naar buiten staart en vraag hem naar ltz. Schoole. ,,I wished I knew, have never seen the fellow before, but I have an airplane ticket here for him, he should have been here an hour ago, but he ain't turned up yet " „On account of him I'm still here!"16) wordt enigszins spijtig daaraan toegevoegd. Dit is de druppel die mijn beker doet overlopen. „Come on let 's go", zeg ik tegen de chauffeur en ik betrap me er op, dat ik mijn Oxford-accent laat vallen. We gaan de deur uit en lopen buiten in het halfduister bijna een moeizame figuur omver, met een valies bij zich. Het is ltz Schoole! Zijn brilleglazen zijn beslagen van de transpiratie. „Where is that damned air transport reservations office" vloekt hij, „they send me to the wrong place, apparently it has just been moved!" 17) „Well lootenant it 's right around the corner!" zeg ik triomfantelijk, „and here 's your bag!" 18) Even later gaan we met ltz Schoole weer naar de hoofdpoort waar we hem afzetten, want we kunnen het niet over ons hart verkrijgen om hem dat eind te laten lopen. Een kwartier later ben ik weer aan boord en kan de commandant rapporteren dat zijn opdracht is uitgevoerd. Om tien voor twaalf die avond kom ik moe aan boord van mijn passagierslag door Norfolk. Het is mij niet erg meegevallen, de stad en de omstreken maken een ongezellige indruk. Het doet vreemd aan om weer trams en treinen te zien rijden; op Curaçao vergeet je dat dergelijke zaken bestaan.

Ik meld me af bij de onderofficier van de wacht, in het voorbij gaan vang ik een gesprek op van een groepje matrozen die nog even staan na te praten bij de trap afgang. „Ik vind het hier maar een lage pit!" ,.Ja er is niet veel loos en alles is erg duur, je kan veel dingen nog beter in Curaçao kopen!" ,.Nou maar ik heb toch iets gezien, dat ik in Holland nog nooit heb zien vertonen!" „Wat was dat dan?" „Een groot theater waar met grote letters „Burlesque" op staat ...." De rest van het gesprek gaat voor mij verloren, doch daar ik als goed scheepshond van alles op de hoogte moet zijn, maak ik een aantekening in mijn gedachte om „die tent genaamd Burlesque" eens op te sporen. In de gamelle officieren is niets meer te halen, dus wil ik doorlopen naar de gamelle onderofficieren, die het snelst is te bereiken via de longroom. Ik ben halverwege, als plotseling de navigator, met een stelletje adelborsten 1e klasse en suikeroom binnentreedt, druk pratend over hun eerste indrukken van Norfolk. „Wat een naar geheel, het is maar goed dat ik gewaarschuwd ben, dat Norfolk nu niet bepaald het neusje van de zalm is in de States" zegt suikeroom. „Nou, ik heb toch wel iets aparts gezien", zegt de OB-officier, een klein mager knaapje met twinkelende oogjes. „Zo, jij hebt zeker weer een paar van pocket-books gekocht met zinnelijke plaatjes", zegt de navigator. De OB-officier, die daar al een kast vol van heeft schudt het hoofd en zegt: „Neen, het was nog veel beter .... het was een tent die „Burlesque" heet!" Ik stop prompt mijn opmars naar de gamelle onderofficieren, ga zitten en spits mijn oren. Suikeroom heeft me in de gaten en geeft me een knipoog. „Wat was daar dan te zien?" vraagt een der adelborstjes met kwalijk verholen nieuwsgierigheid. „Een cabaret-voorstelling, bestaande uit strip tease nummers" zegt de OB officier. Een luid gehoon gaat op en iedereen plaagt deze reeds getrouwde man. „Heb jij thuis nog niet genoeg!" meent een der adelborstjes te moeten opmerken. Gelach alom. „Nou ja, ik wist toch ook niet tevoren, waarin ik terecht zou komen", verdedigt de O.B.-er zich. „Ja, dat is zo, dat kan ik me indenken, je dacht natuurlijk dat je in een vergadering van de huisvrouwen-vereniging terecht kwam!" zegt suikeroom. „Er was overigens weinig aan en het was erg ordinair dus ik zou er maar niet heen gaan; als ik het te voren had geweten, was ik vast niet naar binnen gegaan", zegt O.B. Iedereen is het er plotseling over eens, dat het een laag bedrijf is om naar zo iets te gaan en gaat tevreden naar bed. Ik vervolg mijn tocht naar de gouden bal om te zien of daar nog iets te eten is. Helaas, de tent is verlaten en er is niets eetbaars te bekennen. 1k wil juist weer naar mijn nest terug keren als er een paar lieden de trap af komen, druk pratend over de Burlesque. „Hoe vond je het?" ,.Nou, ik vond het eigenlijk erg ordinair, je moet er vast niet heen gaan." ,.Ik ben echt voor de statistiek naar binnengegaan, omdat ik nog nooit zo iets gezien had, maar achteraf vind ik het zonde van het geld." “O “. Ik vervolg mijn weg, met het vaste voornemen morgenavond onmiddellijk naar de Burlesque te gaan.

In de hut gekomen zie ik dat suikeroom al in het land der dromen verkeert, dus ik begeef me met de uiterste voorzichtigheid in mijn bagagenet. De volgende dag is het steenkoud, de temperatuur is zeker vijftien graden gezakt en we lopen rillend door de gangen. De plassen op de kade zijn bevroren. De machinekamer heeft kennelijk met deze snelle temperatuursverandering geen rekening gehouden. Toch voelt iedereen zich veel energieker in dit koude weer, dan in de oven-temperatuur op Curaçao. Ik zie mijn vriend de chauffeur weer voor het schip staan met zijn auto en besluit hem om een lift te vragen. Het is zondag en we mogen de hele dag passagieren, ik meld me af bij de onderofficier van de wacht, ,ga de wal op en vraag mijn vriend of ik in mag stappen. ,Sure thing, you 've got to wait though for a couple o' officers", 19) zegt hij. Ik duik gauw in de auto om me aan de snerpend koude wind te onttrekken en wacht.

Op het hoofdkwartierschip naast ons wordt kennelijk vast werken gefloten, want iedereen laat liggen wat ligt en begeeft zich benedendeks. Een stel matrozen die onder leiding van een bootsman een landing barge hijsen houden prompt op. De monteur stopt de lier, de vanglijn van de barge wordt vastgezet, iedereen loopt weg en de barge blijft halverwege boven het water hangen. „Aparte lui toch, die Amerikanen", denk ik. Ondertussen komen de officieren opdagen die met de auto meemoeten. Het zijn de eerste officier, suikeroom, het hoofd machinekamer en de officieren van SACLANT. We snorren weg en stoppen tien minuten later voor een gebouw bestaande uit twee verdiepingen, met en mooi grasgazon er voor. Op een groot bord prijken de letters: HEADQUARTERS SUPREME ALLIED CONIMANDER ATLANTIC.

Om het grasgazon heen staan in een boog tien witte vlaggenmasten waar de Amerikaanse, Engelse, Franse, Nederlandse, Canadese, Portugese, Belgische Deense, Noorse en Italiaanse vlaggen aan wapperen; voorwaar een prachtig gezicht in de winterzon. De lange magere officier met het kale hoofd, die kennelijk ook een verbindingsofficier is, want de hele rit door heeft hij' het met suikeroom over niets anders gehad dan ZHF, UHF, megacycles en vrouwen, springt uit de auto en snelt naar binnen. Wij blijven even wachten in de auto. Het is blijkbaar vast werken, want er begint een stroom van officieren naar buiten te komen, van alle nationaliteiten en korpsen. Ik zie er zo hier en daar een efficiënt en kordaat uitziende WAVE tussendoor stappen. Een van de laatste is de officier die ons zo juist verliet, een adembenemend lief meisje stapt naast hem. Er gaat een opgewekt gemompel door onze stationwagon, doch helaas slaat ze even voor onze auto linksaf en verdwijnt tussen de gebouwen. Een zucht van teleurstelling. De officier stapt in en gaat weer naast suikeroom zitten. „Waarom nam je haar niet mee?" zegt suikeroom. „Man, maak je niet druk, ze is al zwaar gepiketteerd!" zegt de magere. „Het is de secretaresse van onze afdeling en ik moest haar nog wat vertellen over een paar stukken." ,.Ja dat begrijp ik", zegt suikeroom, „de drempel van haar kamer is vast al afgesleten!" Ondertussen zijn we weer gestopt Voor een gebouw met het opschrift SACLANT MESS op de voorgevel. Iedereen stapt uit en dus doe ik ook maar net alsof ik er bij hoor en tippel mee naar binnen. We komen in een gezellig ingericht vertrek, met een bar aan het eind en daarachter een eetzaal. In het midden van het vertrek staat een standaard waar tien vlaggenstokken uit opkomen met de vlaggen van de NATO-landen. De officieren van de Van der Zaan zijn enthousiast en worden nog enthousiaster na het beëindigen van hun eerste borrel. „Ja", zegt de ex-commandant van de Batjan, „de oprichting hebben, wij nog meegemaakt en we hebben toen ook met angstige snelheid voorgesteld om de keuken en de wijnen door de Fransen te laten verzorgen. Het resultaat is dan ook dat we enorm goed eten krijgen en alle dranken die je maar wilt, zelfs wodka!" Na enige tijd is iedereen in groepjes verspreid en daar ik mij hier verder volkomen overbodig voel wandel ik door de eetzaal naar de keuken, waar heerlijke geuren opstijgen. De kok krijgt me in de gaten en zegt „Voyons, ce chien là a tout a fait fair d'un gentilhomme de grand monde!"20) Ik vind dit toch erg aardig van hem, zo veel charmanter dan die Amerikanen. Wel een kleine vooruitgang van „illegitimate son of the canine family" tot „gentilhomme de grand monde!" ik zet dan ook prompt mijn staartstompje in hoog frequente trilling en geef een vriendschappelijke blaf. „Fidonc, il peut parler, peut être il adore le beafsteak à la mignon, hein?"21 Een groot stuk vrijwel rauwe biefstuk, zo mals al het achterste van een pasgeborene en heerlijk in de knoflook gerold, wordt mij voor de neus gehouden. Met een brok van ontroering neem ik het aan en begin vlijtig te peuzelen; rillend van verrukking voel ik de eiwitten mijn body binnenglijden. De kok staat lachend toe te kijken met zijn maat, die ondertussen ook is komen opdagen. In „no time" is de hap op en likkebaardend kijk ik de kok aan om hem te bedanken. „Mais son appetit est formidable", 22) zegt de kok tegen z'n maat. „ Je crois qu'il est assez fort maintenant pour faire quelque chose de bon." 23) Hij kletst zich op de dij van het lachen en ik bloos tot achter mijn kruin; die Fransen toch, ze zijn en blijven lichtzinnig! Ik loop door de stampvolle straten van Norfolk, mijn ogen gericht op een grote neon-reclame aan het eind van de straat, die in vlammende letters het woord BURLESQUE de wereld in straalt.

Het is omstreeks vijf uur 's middags en de stad is vol marineklanten en winkelende moeders met kinderen. Even voor de Burlesque kom ik langs een rij vermaak-tenten. Uit een daarvan hoor ik luid gelach opstijgen, hetgeen mij aanleiding geeft om naar binnen te lopen. Ik kom in een rokerig hol, waar een stel matrozen van de „Wullem" staan te schateren van het lachen. Aan het eind van het vertrek is een soort kooi, waar in een bed staat met een weelderige juffrouw er in, die met een intens verveeld snoet de wereld in kijkt. Voor de kooi is een lange zandbak, met aan het eind een rek met baseball-ballen. Een van de matrozen gooit en mikt op een zwart schijfje onder aan de kooi en iedere keer als hij het schijfje raakt, klapt het bed om en rolt de juffrouw naar beneden. De knaap die nu gooit is kennelijk buitengewoon goed in het mikken, want hij raakt vrijwel iedere keer, tot groot vermaak van de omstanders en tot groot verdriet van de juffrouw, die nauwelijks rustig ligt, of ze rolt alweer over de vloer. De baas van het spul vindt het maar half en verklaart dat nu maar eens een ander moet gooien. Nog schuddebuikend wandel ik naar buiten, nu vastbesloten om me niet langer meer te laten

afleiden en naar de Burlesque te gaan. (Wordt vervolgd.)

 

NOTEN „LUCKEY JOSEPH"

1) Zijn jullie de kerels van de „Van der Zaan" en is dat juist?"

2)„Dat klopt; we wensen een loods".

3),U heeft kadenummer 96 gekregen als ligplaats, kapitein".

4)„Breng dit naar loods X ray 300, a.u.bl."

5)ar voor de drommel is die loods, knaap?"

6)„Ik heb niet het flauwste idee, waar het is, ouwe jongen".

7)„Orders krijgen van een onwettige zoon van een konijnen-familie" en „het aan de werfpolitie te vragen".

8)Hé Bill, kom eens even hier. Weet jij waar X ray 300 is?" Ik mag hangen als ik 't weet; nooit van gehoord; die zal hier nog niet zolang zijn .... wacht, we zullen het aan de oude Piet vragen".

9)”O zo" zegt Piet. „Jullie gaan de weg terug, die jullie kwamen; dan de derde rechts, de tweede rechts, de vierde links. Dan zie je een voetbalveld. Je houdt dit aan je rechterhand; aan het eind van het veld draai je links, je kan het niet missen; je ziet een stel splinternieuwe loodsen. Een van die is dan X ray 300. Maar ik weet niet of de nummers er al opgeschilderd staan".

10).,Ik zie dat verduvelde voetbalveld niet".

11)„Zeg knaap, weet jij hier in de buurt een voetbalveld?" Zeker, daar zijn er hier vier; welke bedoel je?"

12)„Laten we stoppen en vragen".

13) Ik kan je het nummer niet zeggen; we hebben vandaag dit nieuwe gebouw betrokken; dit is het kantoor van de Luchttransport-reservering, maar practisch iedereen is naar huis".

14) Kunt U mij verbinden met loods X-ray 300?" „Een ogenblikje a.u.b.," „Maar dat is Uw eigen toestel, meneer", .,Wel bedankt". ,Tot je dienst, lieveling".

15),.Wel, ik mag een boon wezen".

16).,Ik wou dat ik het wist, Ik heb die vent nog nooit eerder gezien, maar ik heb een Plaatsbewijs in een vliegtuig voor hem. Hij zou een uur geleden al hier zijn, maar hij is nog niet OP komen dagen". ,Daarom ben ik nog hier' .

17) Waar is dat vervloekte reservering's bureau van het Luchttransport; zij stuurden mij klaarblijkelijk naar de verkeerde plaats, want ze waren juist verhuisd".

18) Wel meneer, het is hier juist om de hoek". En hier is Uw tas".

19) , Natuurlijk, maar je moet wachten op een groepje officieren-.

20),.Kijk, die hond daar heeft de allures van een heer van de grote wereld"

21) „Verdorie, hij kan spreken. Misschien heeft hij trek in onze speciale biefstuk?”

22)„Maar zijn eetlust is geweldig".

23) “Ik geloof dat hij nu fit genoeg is om tot iets behoorlijks in staat te zijn”.

Home
Schrijf een bericht in het Nautenboek
Bekijk hier mijn Nautenboek